Mannen zijn jagers, vrouwen zijn verzamelaars. Je hoort of leest het te pas en te onpas. Of dit echt zo is weet ik niet, ik weet wel dat ik een verzamelaar ben. Winkelen/shoppen is aan mij niet zo besteed, nee ik ben eerder een ‘opraapster’ een ‘zoeker’ en een ‘vinder’.

Ik raap steentjes op en mooie takken, rare frutsels of stukjes plastic. Een strandwandeling eindigt doorgaans in gesjouw met schelpen, drijfhout, touw en stukken zeeschuim. Alles wordt netjes opgeslagen zodat ik op een later moment maar hoef te grijpen naar dat ene wat ik nodig heb om er ‘iets’ mee te maken. Oktober, de herfstmaand, is voor mij dan ook een echt feest. Het begint al met de wilde kastanjes die uit hun groene bolsters knappen en vrolijk over de straat en stoep rollen. Elk jaar neem ik mij voor om me deze keer niet weer te laten verleiden tot het oprapen daarvan en ze gewoon te laten liggen. Maar op de fiets, onderweg naar de stad, zie ik ze dan toch weer liggen. Met hun prachtige kastanjebruine kleur
blinken ze mij tegemoet en ik kan niet anders dan afstappen en ze oprapen. Zo kom ik dan weer thuis met een fietstas vol kastanjes waar ik ze ter decoratie in een grote mand of schaal leg. Daarna volgt de volgende verleiding; de beukennootjes. Vroeger raapte ik die ook op, peuterde ze uit hun harde driehoekige schilletje om ze daarna te roosteren en er een heerlijk zoete kandij van te maken. Nu laat ik ze liggen, het is
zoveel werk!

Wildplukken is tegenwoordig reuze hip en wordt naar het schijnt, oogluikend toegestaan. Wildrapen zal beslist geen probleem opleveren. Dat hoop ik dan maar, want bij ons om de hoek ligt een wei, aan twee kanten afgebakend door een lage haag, de andere twee kanten zijn vrij toegankelijk. Dit stukje grond wordt het hele jaar door gebruikt als uitlaatplek en speelweide voor vele honden. Nooit graast hier de kudde schapen, voetbalt er een kind of zie je er een vlieger hoog in de lucht staan. In deze wei staan bomen, appelbomen zo bleek toen er een paar jaar geleden voor het eerst appels uit de bomen vielen. Ik vroeg mij af wie de eigenaar van deze wei met appelbomen was en of ik die appels wel ongestraft kon oprapen. Ik bleef dat jaar ‘braaf’ en hield beheerst de handjes op de rug.
Het jaar daarna dacht ik; ‘Nooit een eigenaar gezien, wie snoeit en wie maait er en vooral, waarom worden deze appels niet geplukt?” Gevolgd door; “Ach geen hek, geen bordje, appels op de grond, ik kan toch zeker wel een paar appels oprapen?”

Nu zijn we een aantal jaren verder. De bomen zijn groter, met nog meer appels aan hun takken en omdat de “Grote Onbekende” diverse soorten appelbomen heeft geplant, is het mogelijk om bijna twee maanden lang gratis appels te eten. Kleine felrode sterappeltjes, friszure appels waarmee je heerlijke appeltaart kunt bakken en een soort appel waarvan je zalige appelmoes maakt. Ze hebben bruine plekjes en soms zit er een worm in, maar ach wat maakt dat uit?

Natuurlijk ben ik al lang niet meer de enige die de appels opraapt, het lijkt wel of heel Heerlen raapt. Ja het blijft echt bij oprapen, geen gegooi met stokken, klimmen in bomen en omdat er genoeg is, komen we telkens weer terug. We rapen, we bakken en eten appelmoes, appelflappen, appeltaart en gevulde appels uit de oven tot we niet meer kunnen. Heerlijk die herfst!

Laat een Reactie achter